Activiteiten
 

 

Deze tekst is overgenomen van de Nederlandse Hyperventilatie Stichting.

Voor hun website kijk bij de link in het menu => Handige Weblinks → Landelijke patiënte verenigingen.

 
 
Hyperventilatie.
 

Hyperventilatie is momenteel een discussiefenomeen. Dat wil zeggen dat men er niet over uit is of het een disbalans van stoffen in het lichaam is die de klachten veroorzaken of iets anders. De uitleg is technisch en zal kort zo duidelijk mogelijk worden weergegeven.

Als je hyperventileert, adem je te veel lucht in. In de lucht die we inademen zit zuurstof. Deze zuurstof komt via de longen en het bloed overal in het lichaam terecht. De zuurstof wordt verbrand en de afvalstof CO2 (koolzuurgas) ontstaat. Dit wordt via het bloed weer naar de longen getransporteerd en uitgeademd. Bij hyper-ventilatie ging men er altijd van uit dat je zoveel koolzuurgas uitademt, dat hieraan een tekort in het lichaam ontstaat. Door actief kunstmatig te hyperventileren (hyperventilatie provocatietest) krijg je een CO2 daling en ontstaan kunstmatig de symptomen die men herkent als hyperventilatie.

 
Recent hyperventilatie onderzoek bij paniekpatiënten geeft aan dat er juist géén tekort aan CO2 is. De theorie dat je hyperventilatie bij deze mensen kunt verminderen door ze in een plastic zakje te laten ademen blijkt hierdoor onjuist. Men gaat er nu vanuit dat het mechanisme dat hyperventilatie veroorzaakt, wordt gevoed door ‘stressoren’ (stress veroorzakende factoren). Bij stressoren kun je denken aan o.a. emotionele stress, cafeïne, zout van melkzuur, hormoonhuishouding, en CO2. Naast de rol die stressoren spelen, wordt de disbalans van ‘zuurstof – koolzuur’ nog steeds als een belangrijke schakel in het geheel gezien. CO2 tekort, bijvoorbeeld door teveel uitademen, lijdt wel tot hyperventilatie maar hyperventilatie komt ook voor in situaties waarin geen CO2 tekort wordt gemeten. In dit laatste geval spelen andere factoren een rol, de stressoren, die momenteel wetenschappelijk onderzocht worden.
 
Bijwerkingen die optreden bij hyperventilatie zijn o.a. vermoeide spieren, wat veroorzaakt wordt doordat er meer melkzuur geproduceerd wordt. Bovendien vermindert het calciumgehalte in het bloed, hetgeen kan leiden tot samentrekken van de spieren. Je voelt dit als een verkramping, verdoofd gevoel en trillen. Ook loopt de prikkelgeleiding via de zenuwen anders. Dit kan leiden tot een gevoel dat je de wereld in een roes beleeft of dat je concentratieproblemen krijgt.
Het hyperventilatie syndroom vertoont een samenhang met een verstoorde hormoonhuishouding. De stress-hormonen, zoals adrenaline en cortisol blijken een grote invloed te hebben op het ontstaan maar ook in stand houden van hyperventilatie. Overbelasting, oververmoeidheid en angst zorgen ervoor dat het lichaam deze stresshormonen gaan aanmaken. Het lichaam bereidt zich voor op inspanning of irreëel gevaar. Gevolg is dat veel mensen dan vanzelf sneller gaan ademhalen dat het hart sneller gaat kloppen.
 
Acute hyperventilatie
Bij een hyperventilatieaanval kan de ademhaling hoorbaar versnellen en vaak kan men deze ook niet meer onder controle houden. Het hart kan sneller gaan kloppen en men heeft soms het gevoel dat het hart een slag overslaat. Men gaat transpireren en wordt bleek. Er ontstaat angst. Het vermoeden rijst dat er iets ernstigs - misschien wel een hartaanval - gaande is en dat men dood gaat. Handen en voeten kunnen gaan tintelen, de mond kan droog worden. Tevens is het mogelijk dat u duizelig wordt, wazig of dubbel gaat zien en dreigt flauw te vallen. Helder denken is niet meer mogelijk. Zonder dat daar enige aanleiding toe is kunt u gaan lachen of huilen. Paniek over-heerst op dat moment alles. Na verloop van tijd houdt het echter vanzelf op. Vaak is men daarna erg moe.
 

Chronische hyperventilatie
Naast de acute vorm van hyperventilatie bestaat er ook een chronische vorm. Chronische hyperventilatie is
minder spectaculair en daardoor ook minder eenvoudig te herkennen. Deze vorm van hyperventilatie komt echter op grotere schaal voor dan acute hyperventilatie. Chronische hyperventilatie wordt gekenmerkt door vage klachten, die echter constant aanwezig kunnen zijn. Dit is logisch omdat men bijna de hele dag 'onbewust' aan het yperventileren is. Het duurt meestal erg lang voordat ontdekt wordt dat men lijdt aan chronische hyperventilatie, want de hierbij optredende klachten kunnen ook vele andere oorzaken hebben. Wanneer dan eindelijk de diagnose hyperventilatie wordt gesteld hebben veel mensen al angsten, zoals o.a. ziektevrees opgebouwd omdat men zo lang in onwetendheid heeft verkeerd.

Algemeen
  • vermoeidheid, algemene zwakte
  • prikkelbaarheid
  • slapeloosheid
 

Psychisch

  •  angst en onrust
  • depressie
  • concentratiestoornissen
  •  fobieën

 

     
Centraal zenuwstelsel
  • hoofdpijn
  • duizeligheid
  • bewustzijnsstoornissen
  • wazig zien
  Spieren
  • verlamming
  • trillingen
  • stijfheid van handen, vingers, mond
  • tintelingen op de huid
  • algemene spierstijfheid (tetanie)
     
Hart en vaten
  • hartkloppingen
  • overslaan van het hart
  • pijn op de borst
  • koude, klamme handen
  Spijsvertering
  • opgeblazen gevoel
  • pijn in de maagstreek
  • winden laten
  • misselijkheid
  • diarree/constipatie
     
Long en luchtwegen
  • benauwdheid• beklemming op de borst
  • brok in de keel
  • kriebel in de keel
  • zuchten, luchthonger
  • frequent ademen, hijgen
  • pijnlijke ademhalingsspieren
   
     
Buiten alle klachten hierboven genoemd kan nog opgemerkt worden dat veel gehoorde klachten bij chronische hyperventilatie zijn: gevoel van zweverigheid in het hoofd, gevoel van onwerkelijkheid en een enorme vermoeidheid. Allemaal te verklaren, de doorbloeding naar de hersenen kan iets minder worden zodat er minder zuurstof naar de hersenen wordt vervoerd, vandaar deze hoofdklachten, onschadelijk voor het lichaam, maar heel erg vervelend. De enorme vermoeidheid is te verklaren door het voortdurend last hebben van vage klachten. Verder is een van de reacties van het lichaam op chronische hyperventilatie vaak een verhoogde productie van melkzuur. Het lichaam probeert zo de pH van het bloed omlaag te krijgen. Normaal wordt melkzuur geproduceerd wanneer iemand een stevige inspanning levert. Het gevolg van deze voortdurende melkzuur-productie is dat iemand met chronische hyperventilatie vaak klaagt over vermoeide spieren en dat verklaart dus ook weer het gevoel van vermoeidheid.
 

Aanverwante klachten
Alle klachten hierboven beschreven kunnen leiden tot een heel ander soort klachten, namelijk angst en paniek. Natuurlijk is iedereen wel eens bang. Angst is ook nodig om te waarschuwen wanneer er gevaar dreigt.
Als mensen zonder dat daar aanleiding voor is last hebben van angsten is er echter iets anders aan de hand. Deze mensen worden niet bedreigd maar raken toch in paniek. Ze vertonen daarbij veel symptomen van hyperventilatie: trillen, zweten hartkloppingen etc. Mensen die dit vaak overkomt lijden aan een paniekstoornis. Ze worden op de meest onverwachte momenten overvallen door de angst dood te gaan, gek te worden of de controle over zichzelf te verliezen.

 
Angst
Hyperventilatie zonder angst komt maar heel weinig voor. Zowel acute als chronische hyperventilatie maakt vaak angstig. Zo angstig dat er paniek kan ontstaan. De gedachte aan angst roept de angst ook weer op.
Omgekeerd kan het ook zo zijn dat mensen beginnen met angstaanvallen en fobieën en als logisch gevolg daarvan gaan hyperventileren. Dit houdt vervolgens de angst of paniek langer in stand.
 
Fobie
Mensen die op wat voor manier dan ook een onverwachte angstaanval hebben meegemaakt, gaan vaak vermijdingsgedrag vertonen omdat ze verschrikkelijk onzeker worden. Door dit vermijden ontstaat er langzaam maar zeker een fobie. De gedachte aan de verschrikkelijke ervaring heeft als gevolg vermijdingsgedrag en dit vermijdingsgedrag zorgt op zijn beurt weer voor het ontstaan van een fobie.
 

Er zijn verschillende soorten fobieën:

Enkelvoudige fobie: hierbij is men bang voor een specifiek dier, voorwerp of speciale situatie, bijvoorbeeld voor spinnen, honden, vogels, een lift of de tandarts. Eigenlijk kan zo’n enkelvoudige fobie op vrijwel alles betrekking hebben. Een dergelijke fobie ontstaat vaak in de kinderjaren. Het is opvallend dat deze soort fobie in alle culturen voorkomt.

Sociale fobie: deze mensen zijn vaak extreem verlegen en onzeker. Ze zijn voortdurend bang het niet ‘goed’ te doen. Deze mensen durven vaak nieuwe contacten moeilijk aan en raken daardoor erg geïsoleerd. Sommige sociaal-angstige mensen zijn erg bang op te vallen vanwege een eventuele lichamelijke reactie, zoals blozen, stotteren, trillen, zweten. Andere mensen zijn erg bang voor afkeurende opmerkingen over hun lichaam. Ze vinden zichzelf te lang, te kort, te dik of te dun of ze vinden een lichaamsdeel niet goed, hun neus, oren etc. Een sociale fobie komt net zo vaak voor bij mannen als bij vrouwen en ontstaat meestal tussen het 15e en 20e levensjaar.

Agorafobie (straat- en pleinvrees): deze mensen durven nauwelijks alleen thuis, op straat of in grote drukke ruimtes te zijn. Snelwegen, openbaar vervoer, tunnels en files, lege vlaktes, bioscopen, supermarkten en alle andere plaatsen waar men niet makkelijk weg kan komen zijn angstverwekkend. Ook voor deze mensen wordt de wereld steeds kleiner door vermijdingsgedrag. Overigens komt deze laatste vorm het meeste voor. Geschat wordt dat ongeveer 100.000 Nederlanders, waarvan 60 % vrouwen, last hebben van een ernstige vorm van agorafobie. Agorafobie ontstaat meestal tussen het 20e en 30e levensjaar, meestal na een ingrijpende gebeurtenis in iemands leven.

 
Fobieën en angsten kunnen in een adem genoemd worden met dwangstoornissen. Iemand met een dwang-stoornis wordt door angst en onrust steeds gedwongen dezelfde handeling te herhalen. Dit kan zijn: dwangmatig tellen, handen wassen, huis schoonmaken, letten op andere mensen, bijvoorbeeld hoe vaak deze met de ogen knipperen, etc. Vaak gaan mensen door de enorme onrust en door het obsessieve gedrag naast de dwang-stoornis ook nog hyperventileren. Het is dus niet verwonderlijk dat mensen met een dergelijke stoornis vaak heel erg moe zijn. Deze mensen voeren de hele dag een innerlijke strijd over het wel of niet uitvoeren van de dwang-handeling. Iedereen heeft wel eens dwangmatige trekjes. Het wordt pas echt een probleem wanneer de dwang-gedachten dagelijks voorkomen, grote spanningen oproepen en zoveel tijd in beslag nemen dat er eigenlijk geen tijd en aandacht meer is voor andere bezigheden. Dwangstoornissen komen even vaak voor bij mannen als bij vrouwen. Ze ontstaan meestal in de pubertijd of tussen het 20e en 30e levensjaar.
 

De kenmerken van een acute hyperventilatie aanval

1. Hartkloppingen

2. Hartkloppingen, bonzend hart of versnelde hartactie

3. Transpireren

4. Trillen of beven

5. Gevoel van ademnood of verstikking

6. Naar adem snakken

7. Pijn of onaangenaam gevoel op de borst

8. Misselijkheid of buikklachten

9. Gevoel van duizeligheid, onvastheid, licht in het hoofd of flauwte

10. Derealisatie (gevoel van onwerkelijkheid) of depersonalisatie (gevoel los van zich zelf te staan)

11. Angst dood te gaan

12. Paresthesieën (verdoofde of tintelende gevoelens)

 

13. Opvliegers of koude rillingen

 

Toch hoeven een acute hyperventilatie aanval en een angstaanval niet te duiden op een paniekstoornis. Een paniekstoornis kenmerkt zich door:

* De eerste aanvallen treden onverwachts op. Bijvoorbeeld op de bank, op de snelweg of in bed.

* Er treedt een intense angst op die uit het niets komt.

* Deze angst krijg je in een situatie waarin anderen rustig blijven.

* In de weken na de eerste aanval treden er vaak spontaan nieuwe aanvallen op.

* Er treedt een fobische angst op voor herhaling van nieuwe aanvallen.

* Veel mensen met een paniekstoornis gaan situaties ontwijken uit angst om een paniekaanval te krijgen.

* Dit zijn bijvoorbeeld bioscoop, drukte, lange winkelrijen en openbaar vervoer.

 

Als je twijfelt of je klachten verband houden met een paniekstoornis dan kan de huisarts hierover vaak uitsluitsel geven.

 
Geen aanstellerij
Jammer genoeg denken de meeste angst- en fobiepatiënten dat ze de enige zijn met hun probleem. Vaak worden ze ook niet begrepen door hun partner en hun omgeving. Het is ook moeilijk te begrijpen maar misschien is begrip de eerste stap naar genezing omdat ook de patiënt dan eerder zal accepteren dat hij / zij echt iets mankeert en geen aansteller is.
Uit onderzoek is gebleken dat fobieën al eeuwenlang voorkomen. Mensen, die lijden onder deze klachten moeten uiterst serieus genomen worden. Dit betekent zeker ook voor de omgeving van de patiënt een zware belasting. Mensen raken vaak zonder werk en daardoor wordt ook de financiële situatie er niet rooskleuriger op.Belangrijk is zo snel mogelijk hulp te vragen als u de verschijnselen van een beginnende paniek, dwangstoornis of fobie bij uzelf bespeurt. Schaam u niet maar ga praten met de huisarts. Vraag om een goede gedragstherapeutische behandeling eventueel in combinatie met medicijnen. Probeer zo min mogelijk toe te geven aan het vermijden van de angstaanjagende situatie. Moeilijk, absoluut, maar met de juiste begeleiding is er alle reden tot hoop.

 
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Landelijk Bureau, tel. 020-66 2 88 76.